donderdag, april 05, 2007

Terra & Agua

Laten we eerlijk zijn, de kans dat ik ooit in een aangenaam hiernamaals terecht zal komen is bedroevend klein, xD. Hier heb ik mij al lang bij neergelegd, maar aangezien ik mijn nieuwsgierigheid toch moeilijk kan bedwingen had ik tijdens mijn verblijf in Tokyo beslist om eens een voorproefje te nemen van de hel die mij ongetwijfeld te wachten staat, Owakudani!

Owakudani ligt in een gigantisch natuurgebied, Hakone (in de buurt van de berg Fuji) het doel van een kleine uitstap die ik met Stijn heb gemaakt. Na een paar uur op enkele boemeltreintjes, moesten we nog een kwartiertje de kabellift nemen voordat we eindelijk iets spectaculairs te zien kregen, de zwavelbronnen van Owakudani! Vanuit de lift hadden we al een indrukwekkend uitzicht over de bronnen, maar dit kon ons nog niet echt voorbereiden op de stank die ons te wachten stond toen dat we boven aankwamen. Niet zonder enig gevaar begaven we ons op een korte wandeling door het woeste landschap dat iets van een inferno weg had, tot aan de eigenlijke warmwaterbronnen waar de stank echt niet te harden was.


Iets typisch aan Japanse toeristen is dat die voornamelijk reizen om de verschillende specialiteiten van een streek te proeven. Zoals wij kitsch kopen om als souvenir mee te nemen, schaffen de Japanners zich allerlei streekproducten aan, die al dan niet ter plekke worden opgegeten. DE specialiteit van Owakudani zijn de 黒卵, zwarte eieren die in de naar zwavel stinkende modder worden gekookt. Niet echt mijn idee van een lekkernij, maar de Japkes kregen er maar geen genoeg van. Of het lekker is laat ik in het midden, maar veel mensen geven als voornaamste reden om ze te eten “dat het gezond is”, wat in mijn ogen meestal wil zeggen dat ze het, net zoals natto, beschouwen als een noodzakelijk kwaad.

Nadat we net niet waren bezweken in deze hel, gingen we verder richting Moto-Hakone, eerst een uurtje met de bus, en daarna nog een halfuurtje met de lelijkste ferryboot die ik ooit heb gezien. Dat Japanners er niet vies van waren om bepaalde Westerse dingen over te nemen en helemaal te ruineren was mij al bekend, maar dit was er toch echt wel over. Anyway, we staken het Ashino-meer over, om vervolgens van het uitzicht op de poort van het Hakone-Gongen-schrijn te genieten, wat pas echt spectaculair werd toen dat op de achtergrond de berg Fuji vanuit de wolken verscheen!

Een andere excursie vanuit Tokyo die de moeite waard is was Nikko, een plaatsje in de bergen dat al eeuwenlang om een of andere reden als heilig wordt beschouwd. Aangezien dit een eindje is, een viertal uurtjes met de trein, heb ik er een tweedaags tripje van gemaakt. De eerste dag heb ik mij voornamelijk beperkt tot Nikko zelf, aangezien daar op zich al een hele dag in kan worden rondgeslenterd. De voornaamste attractie is het Toshogu-schrijn, een tempel opgericht als mausoleum voor Tokugawa Ieyasu, de grondlegger van het Edo-Bakufu dat aan de basis lag van de relatief vreedzame Edo-periode.

Alhoewel Ieyasu een bescheiden heiligdom wenste, kon zijn kleinzoon er niet aan weerstaan om er een gigantisch en overdadig versierd complex van te maken. Het schrijn is bekend als een van de rijkst versierde heiligdommen in Japan, waardoor het in mijn ogen redelijk dicht bij de Chinese cultuur aanleunt. Ik vond het eerlijk gezegd een van de mooiste heiligdommen, misschien een beetje TE druk met momenten, maar het geheel was werkelijk prachtig, vooral ook omdat het in een mooie omgeving lag.


’s Avonds had ik mij voorgenomen om in Yumoto-Onsen te overnachten, een dorpje gelegen in de middle of nowhere, bekend voor zijn warmwaterbronnen. Na een paar uur op de bus kon mijn geluk niet op toen ik MIDDEN IN DE SNEEUW uitstapte! Ik was tijdens de winter teleurgesteld dat er in Osaka geen sneeuw was gevallen, dus om hier in een sneeuwstorm terecht te komen was voor mij echt geweldig, het was echt al tijden geleden dat ik zoveel sneeuw had gezien.

Ik zocht mij ergens een Ryokan, een traditioneel Japans hotel, en aangezien het buiten het toeristische seizoen was, kreeg ik een enorme kamer die normaal voor vier personen was bedoeld. Na van een typisch Japanse maaltijd te hebben genoten (和食) begaf ik mij naar de onsen. Ik had al eens een onsen gebruikt tijdens een studie-uitstapje, maar deze was nog beter. Niet alleen was dit echt bronwater, er was ook een buitenbad! Dit houdt dus in dat ik heerlijk heb zitten te relaxen in 50 graden water te midden van de sneeuw. Er zijn maar weinig badervaringen beter dan deze, massa’s sneeuw om je heen, een gloeiend heet bad, en ondertussen voelen hoe de natte haren op je hoofd aan het bevriezen zijn!

Op de tweede dag heb ik eerst wat rondgeslentered in Yumoto-Onsen, en daarna heb ik mij aan een wandeltocht van 7 kilometer, door de sneeuw gewaagd richting Chuzenji-Onsen. Bitter koud, zeker omdat ik gewoon in mijn blazer en sneakers rondliep, maar zeker de moeite waard om eens te proberen vanwege het prachtige landschap, wat volgens de meeste reisgidsen nog mooier schijnt te zijn in de zomer. Ik vond het grappig om de geshockeerde gezichten te zien van ervaren wandelaars in hun professionele uitrusting, die toch wel wat moeite hadden met recht te blijven op slipperige hellingen. Ik moet hier ook even vermelden (overigens niet zonder enige trots) dat ik de familie-traditie, ondanks mijn gladde sneakers, niet heb voortgezet en dus zonder ook maar een keer te struikelen of te vallen tot op het eindpunt ben geraakt! De beelden spreken eigenlijk voor zich, vooral het uitzicht over het meer was spectaculair, net zoals de 97 meter hoge Kegon waterval.


maandag, april 02, 2007

In the City

Ueno was voor mij een van de leukere delen van Tokyo om in rond te slenteren. Na WO II was de stationsbuurt de zwarte markt voor Amerikaanse producten, en dit verleden heeft zijn stempel gedrukt op de wijk.. Veel kleine straatjes met zelfs naar Japanse normen ontzettend drukke winkels die vanalles en nog wat verkochten, voornamelijk kleding en etenswaren, kleine eetkraampjes op straat met takoyaki, okonomiyaki en andere lekkernijen. Het voelde met momenten allemaal een beetje marginaal aan, maar ik heb mij toch wel even geamuseerd met rond te snuffelen in diverse prullenwinkels, wat mij enkele leuke dingen heeft opgeleverd waar ik nog heb kunnen afdingen ook!

Ueno Park is vooral beroemd voor zijn kersenbloesems, en in de volle bloeiperiode is het hier echt veel te druk, maar aangezien ik begin Maart ben geweest was het nog redelijk rustig, alhoewel hier en daar al een kerselaar in bloei stond. Het park is ook bekend voor zijn best wel grote dierentuin, die vooral reclame maakt met een zeldzame pandabeer. Aangezien er hier nog maar een duizendtal van overblijven, kon ik het niet maken om deze niet te gaan bekijken, ook al was het er eentje in gevangenschap, ik denk niet dat veel mensen kunnen zeggen dat ze al eens een echte pandabeer hebben gezien xD.

In Ginza bevindt zich het drukste kruispunt ter wereld, alhoewel dat in mijn ogen eigenlijk nog meeviel, en om zijn peperdure boetieks en restaurants, die tot de duurste in Japan behoren. De wijk Tsukiji er vlak naast is dan weer DE plaats in Tokyo om sushi te gaan eten, Hier vind namelijk iedere morgen tussen 5 en 7 de visveiling plaats (veel te vroeg voor mij om naar te gaan kijken, ik slaap liever dan al voor het licht wordt tussen de vis te zitten). Ik heb er van geprofiteerd om hier eens sushi te eten, en ik moet zeggen dat, alhoewel ik geen expert ben, het toch wel de beste sushi is die dat ik tot nu toe in Japan heb gegeten. Blijkbaar was de sushi-bar die ik had uitgekozen ook nog redelijk populair, aangezien er toen ik buitenkwam een dertigtal mensen stonden aan te schuiven voor een zaakje waar er amper tien binnen konden.

Yasukuni zal bij sommigen een belletje doen rinkelen, dit controversiele schrijn is namelijk een van de oorzaken van minder gunstige relaties tussen Japan en zijn Oost-Aziatische buurlanden. Het is nu eenmaal zo dat hier naast oorlogsslachtoffers ook een aantal door een international tribunaal veroordeelde oorlogscriminelen worden vereerd, en als een premier (Koizumi) hier bezoekjes aan brengt kan dit dan wel eens voor wat opschudding zorgen. Het schrijn zelf is niets speciaals, ik heb er al mooiere gezien tijdens mijn verblijf hier, maar voor een Japanoloog is vooral het museum de moeite waard, aangezien hier een revisionistische visie op de Japanse geschiedenis wordt gehanteerd.


Zo worden de kamikaze bijvoorbeeld vereerd als helden, terwijl men terloops vergeet dat ze dit heldendom verworven door zich te pletter storten op een vliegdekschip. De inval van Nanking (de toenmalige Chinese hoofdstad) wordt in twee regeltjes vermeld, zonder ook maar een verwijzing naar de daaropvolgende slachtpartij, waarbij volgens bepaalde bronnen maar liefst 300.000 doden vielen. Ook wordt er nergens ook maar gealludeerd op het feit dat Japan de oorlog heeft uitgelokt, in plaats hiervan wordt Japan opgevoerd als de grote beschermer, de bevrijder van kolonies in Zuid-Oost Azie. Het is vooral boeiend voor mij aangezien mijn geschiedenisboeken en andere kennis een heel andere, waarschijnlijk meer accurate visie geven op de geschiedenis, terwijl dat Japanners zelf er maar bitter weinig vanaf weten.

Harajuku heeft eigenlijk twee dingen die interessant zijn voor toeristen. Allereerst is er het Meiji-schrijn, opgericht ter ere van keizer Meiji, de eerste keizer na de opening van het land. Het schrijn zelf is een kopie gebouwd nadat het originele was vernietigd in de Tweede Wereldoorlog, en het is best wel indrukwekkend, ook al om het gigantische park dat er omheen ligt. Het was vooral leuk omdat ik hier maar liefst 2 trouwceremonies heb gezien. Opvallend was dat praktisch alle vrouwen in kimono rondliepen, terwijl van de mannen alleen de bruidegom een kimono droeg (etiquette of zo). Een bruidskleed schijnt hier trouwens ettelijke duizenden euro’s te kosten omdat het uit kostbare zijde wordt gemaakt, en de meeste mensen verkiezen dan ook om er eentje te huren, wat ook al genoeg geld kost peins ik.


De andere “attractie” zijn de cosplayers. Cosplayers zijn mensen die zich verkleden als een of andere anime –of game-personage, en zo op straat rondparaderen. Meestal wordt er ontzettend veel werk gestoken in de kostuums, en ik vond het er dan ook allemaal redelijk cool uitzien (alhoewel ik er zelf natuurlijk nooit aan zou willen meedoen). De brug in Harajuku is een echte verzamelspot, wat best wel grappig is om te zien. Naast de cosplayers liep er nog wat raar volk rond, maar ik vond het pas echt hilarisch dat gewone voorbijlopende Japanners dit allemaal heel normaal schenen te vinden.

Zaterdagmiddag was ik door Yasu, een vriend van Hana uitgenodigd om eens naar een Japanse volleybalmatch te gaan kijken. Hij moest deelnemen in een van de matchen, en ondertussen kon ik wat zitten kwetteren met Saichiko, zijn vriendin(die onnoemelijk veel kan praten overigens). De matchen zelf waren allebei spannende vijfsetters, waardoor dat het leuk was om eens mee te maken. Het was ook grappig dat de supportersclub van Tsukuba verbazend georganiseerd te werk ging, met een repetitie van de aanmoedigingen en dergelijke. Natuurlijk waren de Japkes weer heel braaf en volgde iedereen mooi de regels.

’s Avonds zijn we dan nog iets gaan eten in een of andere Izakaya (een restaurant waar dat je allemaal kleine gerechtjes bestelt, veel alcohol drinkt en over van alles en nog wat praat, een van de leukere restauranttypes in Japan), waar ook een vijftal glaasjes bier aan te pas kwamen!